Citaat | Hoge Raad 11 oktober 1995
Alinea 5 Hoge Raad 11 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3116.
3. Beoordeling van de middelen 3.1. Voor zover de middelen berusten op de opvatting dat het in artikel 36 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 voorkomende begrip kantoorruimte in de woning van de belastingplichtige dezelfde betekenis heeft als het begrip werkruimte in de zin van artikel 35, lid 3 (oud) van die wet, falen zij, omdat die opvatting op de door het Hof daarvoor aangegeven gronden niet als juist kan worden aanvaard. 3.2. Voor zover de middelen erover klagen, dat bij onjuistbevinding van de in 3.1 vermelde opvatting, het Hof heeft miskend dat de in 's Hofs uitspraak aangehaalde uitlating in Infobulletin 91/639 uitgaat van een te beperkt begrip kantoorruimte doordat die uitlating daartoe naar belanghebbendes mening uitsluitend rekent werk- of studeerkamers waar werkzaamheden worden verricht die bestaan uit schrijven en lezen, falen zij omdat die uitlating daarvoor geen grond biedt. 3.3. De middelen falen ook voor het overige. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6e13ec71c9cba7fb27ec692163fcd80f1727be05b58913352eae2232b33602. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6e13ec71c9cba7fb27ec692163fcd80f1727be05b58913352eae2232b33602, en de alinea staat in dat document op bytes 5267 tot 6457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6e13ec71c9cba7fb27ec692163fcd80f1727be05b58913352eae2232b33602 | shasum -a 256