Citaat | Hoge Raad 6 december 1995

Alinea 5 Hoge Raad 6 december 1995

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3129.

3. Beoordeling van de klachten 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende was bij het begin van het onderhavige belastingjaar feitelijk gebruikster van een onroerende zaak met aanhorigheden, te zamen vormende één belastingobject, plaatselijk bekend als A- weg 1 te Z. Deze onroerende zaak omvat twee voetbalvelden, een trainingsveldje (gravel), een clubgebouw bestaande uit kantine en was- en kleedkamers, een bergloods, twee grote en zes kleine lichtmasten, veldafscheiding en ballenvangers. 3.2. Belanghebbende heeft zich voor het Hof primair op het standpunt gesteld dat zij met betrekking tot deze onroerende zaak is vrijgesteld van onroerend-goedbelasting op grond van het bepaalde in artikel 7, lid 1, aanhef en onder n, van de te dezen toepasselijke Verordening op onroerend-goedbelastingen 1988, luidende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87f878b91c73a315c7ec7fb539606951aec7e5ff890d3a2aa44945b52914e52d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87f878b91c73a315c7ec7fb539606951aec7e5ff890d3a2aa44945b52914e52d, en de alinea staat in dat document op bytes 5545 tot 6402.