Citaat | Hoge Raad 8 november 1995
Alinea 57 Hoge Raad 8 november 1995
Een alinea uit Hoge Raad 8 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3133.
3.4.Hetgeen de CRvB in zijn onder 3.1. geciteerde overweging voorop heeft gesteld staat in zoverre op gespannen voet met het arrest HR 25 juni 1986, dat daarin nu juist is beslist dat de artikelen 7 en 8 van het Verdrag een dergelijke uitsluitende werking misten. Daarmee is echter nog niet gezegd dat art. 10 van het Verdrag niet de mogelijkheid zou bieden een van art. 7 en 8 afwijkende regeling te treffen die wel exclusieve werking heeft. Weliswaar bieden, zoals in HR 25 juni 1986 is overwogen, art. 6, lid 1 en 34, lid 4 van het Verdrag steun aan de veronderstelling dat de Verdragsluitende partijen de gevolgen van dubbele verzekering hebben willen regelen door het tegengaan van dubbele uitkeringen, maar deze bepalingen bieden toch onvoldoende steun voor de veronderstelling dat de Verdragsluitende partijen van mening waren dat die gevolgen uitsluitend op die wijze dienden te worden geregeld. Derhalve faalt dit onderdeel van het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d92fedf5231ba5fd7e1d571bd65e8d3cc776ae59bab697fed86f5ff0d7c045d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d92fedf5231ba5fd7e1d571bd65e8d3cc776ae59bab697fed86f5ff0d7c045d, en de alinea staat in dat document op bytes 20048 tot 21010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d92fedf5231ba5fd7e1d571bd65e8d3cc776ae59bab697fed86f5ff0d7c045d | shasum -a 256