Citaat | Hoge Raad 29 november 1995
Alinea 5 Hoge Raad 29 november 1995
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3154.
3. Beoordeling van de klacht Indien een belanghebbende in cassatie aanvoert dat de hem bij aangetekend schrijven gezonden oproeping voor de mondelinge behandeling van zijn zaak voor het gerechtshof niet aan hem is uitgereikt, noch van de aanbieding van het poststuk een kennisgeving aan zijn adres is afgegeven, dient de uitspraak de vaststelling in te houden van feiten waaruit voortvloeit dat en wanneer deze uitreiking casu quo kennisgeving heeft plaatsgevonden. Nu 's Hofs uitspraak niet een zodanige vaststelling behelst, kan deze, als niet voldoende met redenen omkleed, niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een desbetreffend nader onderzoek, en, afhankelijk van de uitkomst daarvan, voor een eventuele nadere mondelinge behandeling van de zaak na hernieuwde oproeping van belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98f16ec2ba357cac0fb40ca6380d893cb109069476a9f1ac7d5e8fcf4e30c58c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98f16ec2ba357cac0fb40ca6380d893cb109069476a9f1ac7d5e8fcf4e30c58c, en de alinea staat in dat document op bytes 5064 tot 5886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98f16ec2ba357cac0fb40ca6380d893cb109069476a9f1ac7d5e8fcf4e30c58c | shasum -a 256