Citaat | Hoge Raad 1 november 1995

Alinea 10 Hoge Raad 1 november 1995

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3173.

3.2. De Inspecteur heeft zich voor het Hof - voor zover te dezen van belang - op het standpunt gesteld dat de uit de overeenkomst van 30 juli 1990 voortvloeiende betaling aan belanghebbende moet worden aangemerkt als een nabetaling, die in 1990 als in dat jaar genoten winst uit aanmerkelijk belang in de heffing van de belasting over 1990 moet worden betrokken. Belanghebbende heeft dit standpunt bestreden en gesteld dat artikel 41 van de Wet slechts één heffingsmoment kent, zodat, aangezien de aandelen in 1989 zijn vervreemd, door hem in 1990 ter zake van die vervreemding geen winst uit aanmerkelijk belang kan zijn genoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de2e9ab4861aa55283c546ea1938dd66ab4309d44891bc7048297bdb4bf1894f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de2e9ab4861aa55283c546ea1938dd66ab4309d44891bc7048297bdb4bf1894f, en de alinea staat in dat document op bytes 7652 tot 8298.