Citaat | Hoge Raad 1 november 1995

Alinea 12 Hoge Raad 1 november 1995

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3173.

3.3.2. Het Hof heeft voorts geoordeeld: dat de stelling van belanghebbende dat artikel 41 van de Wet slechts één heffingsmoment kent in haar algemeenheid juist is, maar niet in een geval dat toepassing van die algemene regel tot onaanvaardbare gevolgen leidt; dat zo een geval zich hier voordoet; dat belanghebbende en B zich reeds na iets meer dan een jaar gedrongen voelden vast te leggen dat de overeengekomen uitgangspunten voor het bepalen van de additionele koopsom geheel werden losgelaten en daartegenover die som, kennelijk als gevolg van onderhandelingen, op een vast bedrag te bepalen, met als gevolg dat voor belanghebbende in 1990 een voordeel resulteerde dat nagenoeg 30 keer zo hoog was als hetgeen in 1989 als winst uit aanmerkelijk belang in aanmerking was genomen; dat gezien dit onaanvaardbare gevolg een redelijke wetstoepassing meebrengt dat het door belanghebbende uit hoofde van de vervreemding in 1990 genoten voordeel als naverrekende winst uit aanmerkelijk belang in aanmerking moet worden genomen. Tegen deze oordelen komt middel II op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de2e9ab4861aa55283c546ea1938dd66ab4309d44891bc7048297bdb4bf1894f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de2e9ab4861aa55283c546ea1938dd66ab4309d44891bc7048297bdb4bf1894f, en de alinea staat in dat document op bytes 8720 tot 9799.