Citaat | Hoge Raad 18 oktober 1995
Alinea 10 Hoge Raad 18 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3174.
3.3. Tegen dit oordeel keert zich het middel met de stelling dat het onderwerpelijke verlies rechtstreeks of middellijk aan belanghebbende dient te worden toegerekend, omdat de dochtervennootschap na de voeging geen zelfstandig verlies meer kan lijden en de gestelde voorwaarden voor zover zij meer zouden inhouden dan een berekeningsvoorschrift, onverbindend zijn. Het middel faalt, aangezien de voorwaarden 3a en 3c niet in strijd zijn met lid 3 van artikel 15 van de Wet, waarin is bepaald dat de door de Minister gestelde voorwaarden slechts mogen strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van de belasting, onder welke voorwaarden mede moeten worden begrepen voorwaarden omtrent de verrekening van verliezen, terwijl voorts de gestelde voorwaarden geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat de terugwenteling van het verlies dient plaats te vinden door vermindering van de aan de dochtervennootschap voor 1983 opgelegde aanslag, en dat een zodanige vermindering uitsluitend aan de dochtervennootschap kan worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625, en de alinea staat in dat document op bytes 8351 tot 9408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625 | shasum -a 256