Citaat | Hoge Raad 18 oktober 1995

Alinea 48 Hoge Raad 18 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3174.

"(linkerkolom, 5e al.) (...) Er zijn in een jaar winsten; die worden belast. Komen er daarna verliezen, dan moet de ondernemer maar hopen op een nog verdere toekomst. Zullen er echter nog winsten komen? (...) (7e al.) (...) De psychologisch gunstige werking, die uitgaat van de gedachte: "ik betaal nu wel belasting, doch als ik het volgend jaar verlies lijd, komt het geld terug", kan moeilijk worden overschat. (laatste al.) (...) Een tweede argument voor de regeling van de carry -back ligt (...) in het pro- (rechterkolom, 1e al.) bleem van de liquiditeit van de onderneming, die met verlies werkt. (...) Men mag hierbij niet uit het oog verliezen, dat de definitieve aanslagen toch altijd pas komen na afloop van het jaar, waarop zij betrekking hebben. Men denke aan de omslag van de conjunctuur: het laatste winstjaar is achter de rug, het eerste verliesjaar is aan de gang. Juist dan, wanneer het slecht gaat, moet men belasting betalen. Dat werkt uiterst ongunstig in op de liquiditeitspositie. (...) (2e al.) (...) Een zeer belangrijk argument ten gunste van de carry-back blijft het conjuncturele argument. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625, en de alinea staat in dat document op bytes 16952 tot 18088.