Citaat | Hoge Raad 18 oktober 1995

Alinea 71 Hoge Raad 18 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3174.

"(blz. 476f) (...) c.1. (...) bijzondere regelingen (...) strekken er enerzijds toe te voorkomen dat door het aangaan van een fiscale eenheid ruimere mogelijkheden tot verticale verliescompensatie zouden ontstaan dan zonder fiscale eenheid het geval zou zijn. (...) Anderzijds is het niet de bedoeling zodanige Voorwaarden te stellen dat de fiscale eenheid voor wat betreft de mogelijkheden van verticale verliescompensatie in een nadeliger positie zou komen te verkeren, in vergelijking met de mogelijkheden daartoe bij de afzonderlijke lichamen. (...) (blz. 476g) (...) c.2. De fictieve splitsing (...) houdt in dat (...) de berekening van het fiscale resultaat van de gevoegde concernmaatschappijen plaatsvindt alsof die maatschappijen afzonderlijk belastingplichtig waren (...) De fictie van art. 15 - alle betrokken maatschappijen "gaan op" in één belastingplichtige (de moeder) - wordt hier voor wat betreft de toepassing van deze verliescompensatie derhalve door een contra-fictie opgeheven. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28ea507181159652d6c5809e258af7ba61626de774ef7e5ccc94824d8daa5625, en de alinea staat in dat document op bytes 25400 tot 26420.