Citaat | Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 32 Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3911.

"Naar het oordeel van het Hof zijn door de man - die niet de biologische vader is van [de dochter] - onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht die - objectief bezien - duiden op een zo nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en [de dochter] dat "family life" in de zin van artikel 8 van het E.V.R.M. aangenomen zou moeten worden. Partijen hebben nimmer samengewoond. De man is weliswaar van mening, dat hij in de tijd, dat partijen een lat-relatie hebben onderhouden, waarin de vrouw en [de dochter] afgezien van vakanties ieder weekend bij de man verbleven, activiteiten heeft ontplooid, die tot de verzorging en opvoeding van [de dochter] hebben bijgedragen, maar objectief bezien staat zulks niet vast, nu onvoldoende is gebleken dat de gedragingen waarop de man hier het oog heeft door [de dochter] als zodanig zijn ervaren en aanvaard". Tegen deze rechtsoverweging keert zich het middel in beide onderdelen met rechts- en motiveringsklachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfdf887cb9a3f4cb727702e5cf4f1efc4cc5b53b04050350bb13d910029e2d24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfdf887cb9a3f4cb727702e5cf4f1efc4cc5b53b04050350bb13d910029e2d24, en de alinea staat in dat document op bytes 7870 tot 8847.