Citaat | Hoge Raad 7 november 1995

Alinea 33 Hoge Raad 7 november 1995

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AC0054.

4.3. In die overwegingen ligt als 's Hofs opvatting besloten dat bij het opleggen van een vrijheidsstraf de vraag of de verdachte al dan niet in staat is die straf te ondergaan niet aan de orde kan komen. Die opvatting is onjuist. In een geval als het onderhavige, waarin gemotiveerd is aangevoerd dat de verdachte niet in staat is gevangenisstraf te ondergaan, zal de rechter, indien hij desalniettemin gevangenisstraf oplegt, verantwoording dienen af te leggen van zijn oordeel dat de verdachte gevangenisstraf kan ondergaan. Nu zodanige verantwoording in de bestreden uitspraak ontbreekt is de strafoplegging niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c52ffdd10f8f359d46a17622daa2d2ae5f2b1ff691fead2b72164cd2c699182b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c52ffdd10f8f359d46a17622daa2d2ae5f2b1ff691fead2b72164cd2c699182b, en de alinea staat in dat document op bytes 12190 tot 12860.