Citaat | Hoge Raad 6 januari 1995

Alinea 68 Hoge Raad 6 januari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1602.

5.6 Ter beantwoording van de vraag of de te dezen door [verweerder] ingestelde, op art. 1408 (oud) BW gebaseerde vorderingen voor toewijzing vatbaar zijn, valt enerzijds te onderzoeken of is voldaan aan de door de art. 1408 e.v. gestelde vereisten, en anderzijds, nu de vordering zich richt tegen een journalist, en een persorgaan, zodat toewijzing (zoals met name in cassatie door Het Parool c.s. wordt benadrukt) inmenging meebrengt in het dezen toekomende recht op vrijheid van meningsuiting, of voldaan is aan de voor een dergelijke inmenging ingevolge art. 10 EVRM geldende voorwaarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34, en de alinea staat in dat document op bytes 21867 tot 22471.