Citaat | Hoge Raad 6 januari 1995

Alinea 82 Hoge Raad 6 januari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1602.

5.9 Uit het voorgaande volgt dat in elk geval in zoverre is voldaan aan de in het tweede lid van art. 10 EVRM geformuleerde voorwaarden dat de inmenging - toewijzing van de tegen Het Parool c.s. ingestelde vorderingen - bij de wet is voorzien, immers berust op en voldoet aan de vereisten van de art. 1408 e.v., en strekt ter bescherming van de goede naam en de rechten van [verweerder] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34, en de alinea staat in dat document op bytes 30675 tot 31076.