Citaat | Hoge Raad 6 januari 1995
Alinea 85 Hoge Raad 6 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1602.
Voor zover in het middel de klacht zou moeten worden gelezen dat van deze beide fundamentele rechten het recht op vrijheid van meningsuiting - met name nu het gaat om het recht van vrijheid van meningsuiting van de pers - in beginsel voorrang toekomt, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 21 januari 1994, NJ 1994, 473). Zoals hierna nader zal worden gemotiveerd, faalt het door Het Parool c.s. onder meer in de onderdelen B.1, D, E, F, J, M en O gedaan beroep op de persvrijheid ook voor het overige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34, en de alinea staat in dat document op bytes 32613 tot 33150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34 | shasum -a 256