Citaat | Hoge Raad 6 januari 1995
Alinea 97 Hoge Raad 6 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1602.
In dit kader is niet zonder belang dat het procesdossier geen andere conclusie toelaat dan dat [eiser 3] heeft nagelaten [verweerder] voor publicatie de tekst van ten minste het eerste van voormelde artikelen voor te leggen. Weliswaar had [eiser 3] zich aanvankelijk tot [verweerder] gewend en had deze toen, na hem een afschrift van het hiervoor, 5.2 onder (iv) genoemde persbericht te hebben toegezonden, geweigerd hem verder in te lichten over wat hij met een beroep op dat persbericht als een “afgedane” zaak meende te mogen beschouwen, maar dat had [eiser 3] niet mogen beletten aan het beginsel van hoor en wederhoor recht te doen. Dat zou [verweerder] de kans hebben gegeven het materiaal aan te dragen dat in dit geding door hem is overgelegd en dat, ofschoon ten dele ook voor [eiser 3] toegankelijk, aan deze onbekend was toen hij de gewraakte artikelen publiceerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34, en de alinea staat in dat document op bytes 38067 tot 38960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a88369e4743369b902bf7929682b0b22ca3245945840b2e4c5bcbcfa1ab7a34 | shasum -a 256