Citaat | Hoge Raad 13 januari 1995

Alinea 41 Hoge Raad 13 januari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1609.

3.2.2 Het Hof heeft in rov. 5 overwogen dat Ciba Geigy die in appel opgeworpen stelling heeft geadstrueerd met (a) argumenten ontleend aan het verleningsdossier, en (b) het argument dat onder de vorengeciteerde woorden uit de hoofdconclusie niet mag worden verstaan (enkel) een keukenzoutoplossing die ongeveer 0,9% keukenzout bevat, omdat bij die interpretatie conclusie 2 van het octrooi, waarin de toepassing openbaar gemaakt wordt van een oplossing die ongeveer 0,8 tot 1,0% keukenzout bevat, ruimer zou zijn dan de hoofdconclusie. De met (a) aangeduide argumenten heeft het Hof in rov. 6 van de hand gewezen op grond van zijn oordeel dat, kort gezegd, art. 69 van het Europees Octrooiverdrag (hierna: EOV) meebrengt dat derden het verleningsdossier niet behoeven te raadplegen. Dit oordeel wordt door onderdeel A van het middel bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f677ddf678c31056a5e44760260e149e66ea491008ffee65fd81708502306ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f677ddf678c31056a5e44760260e149e66ea491008ffee65fd81708502306ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 11689 tot 12545.