Citaat | Hoge Raad 13 januari 1995
Alinea 56 Hoge Raad 13 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1609.
De klacht is in zoverre gegrond dat 's Hofs opvatting in haar algemeenheid te ver gaat. Het bepaalde in art. 69 lid 1 EOV, zoals uitgelegd volgens het daarbij behorende protocol, heeft weliswaar (mede) een redelijke rechtszekerheid voor derden ten doel, doch hieruit volgt niet dat de gegevens uit het verleningsdossier, voor zover deze voor derden toegankelijk zijn, nooit ten gunste van een door de octrooihouder voorgestane uitleg van zijn octrooi zouden mogen worden gebruikt. Wel noopt de eis van een redelijke rechtszekerheid voor derden tot terughoudendheid bij het ten voordele van de octrooihouder hanteren van aan het verleningsdossier ontleende argumenten. De rechter zal dan ook slechts wanneer hij oordeelt dat het voor de gemiddelde vakman ook na bestudering van de beschrijving en de tekeningen nog voor redelijke twijfel vatbaar blijft hoe de inhoud van de conclusies moet worden begrepen, gebruik mogen maken van verhelderende gegevens uit het openbare deel van het verleningsdossier. Daarbij dient ook in aanmerking te worden genomen dat onduidelijkheden die het gevolg zijn van een onzorgvuldige formulering van het octrooischrift, in beginsel voor risico van de octrooihouder behoren te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f677ddf678c31056a5e44760260e149e66ea491008ffee65fd81708502306ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f677ddf678c31056a5e44760260e149e66ea491008ffee65fd81708502306ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 20705 tot 21931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f677ddf678c31056a5e44760260e149e66ea491008ffee65fd81708502306ab0 | shasum -a 256