Citaat | Hoge Raad 27 januari 1995
Alinea 35 Hoge Raad 27 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 27 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1626.
De klacht is gegrond. Art. 424 Rv. bepaalt: "De rechter, naar wie het geding is verwezen, zet de behandeling daarvan voort en beslist met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad." Deze bepaling moet mede om redenen van doelmatigheid - beperking van het aantal instanties in één procedure en besparing van kosten - aldus worden verstaan, dat de rechter naar wie het geding door de Hoge Raad is verwezen ter verdere behandeling en beslissing, gehouden is het geding zelf verder te behandelen en af te doen zonder dit weer te verwijzen naar een andere rechter (HR 1 december 1939, NJ 1940, 24), tenzij de Hoge Raad bij zijn verwijzing met zoveel woorden de mogelijkheid tot verdere verwijzing heeft geopend. Dit geldt zowel ingeval de rechter in eerste aanleg een eindvonnis heeft gewezen als ingeval hij een interlocutor of incidenteel vonnis heeft gewezen, waartegen tussentijds hoger beroep of cassatieberoep is ingesteld. Het Hof heeft de zaak dus ten onrechte verwezen naar de Rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11de4c18607cbd1ab8adb583f50015a7d94807bd0815cd9b86bba86ceaa2151e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11de4c18607cbd1ab8adb583f50015a7d94807bd0815cd9b86bba86ceaa2151e, en de alinea staat in dat document op bytes 9487 tot 10498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11de4c18607cbd1ab8adb583f50015a7d94807bd0815cd9b86bba86ceaa2151e | shasum -a 256