Citaat | Hoge Raad 24 februari 1995

Alinea 26 Hoge Raad 24 februari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1646.

Art. 4 Invorderingswet 1990 kent de belastingdeurwaarder een exclusieve bevoegdheid toe tot het verrichten van de in deze bepaling bedoelde werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden geschieden in opdracht van de ontvanger. Zoals voortvloeit uit HR 10 januari 1992, NJ 1992, 744, is de belastingdeurwaarder in alle gevallen waarin de ontvanger zelfstandig eisend of verwerend in rechte optreedt, bij uitsluiting bevoegd tot het in opdracht van de ontvanger verrichten van deurwaarderswerkzaamheden, waaronder het in diens opdracht uitbrengen van dagvaardingen en andere exploiten, ongeacht de aard van de door of tegen de ontvanger ingestelde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb791ed01ffba1d56062819b0452de2fcf3f5ed867e4d096c894a6199f01aa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb791ed01ffba1d56062819b0452de2fcf3f5ed867e4d096c894a6199f01aa9, en de alinea staat in dat document op bytes 8319 tot 8986.