Citaat | Hoge Raad 24 maart 1995

Alinea 48 Hoge Raad 24 maart 1995

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1680.

3.3.1 Onderdeel 1 van het middel, dat uit twee subonderdelen bestaat, is gericht tegen de rov. 16 en 17 van het Hof. Daarin bespreekt het Hof grondslag E, te weten de stelling van de Stichting , samengevat weergegeven, dat de levering bij voorbaat van pluimvee aan de leveranciers werkt tegen de Bank omdat Hollander's Kuikenbroederij op het tijdstip van de geboorte van de hennen, in afwijking van hetgeen zij met de Bank was overeengekomen, de hennen wilde gaan houden voor de leveranciers. Het Hof heeft die stelling verworpen. Hetgeen het Hof daartoe heeft overwogen kan aldus worden weergegeven dat ook al zou moeten worden aangenomen dat Hollander's Kuikenbroederij haar wil ten aanzien van de overdracht tot zekerheid zou hebben gewijzigd, deze wilswijziging niet relevant is nu Hollander's Kuikenbroederij door het enkele feit van de geboorte van de hennen geacht wordt de hennen voor de Bank te hebben willen gaan houden omdat Hollander's Kuikenbroederij zich daartoe bij de akte van 9 augustus 1978 uitdrukkelijk jegens de Bank had verbonden en niet gesteld of gebleken is dat Hollander's Kuikenbroederij en de Bank anderszins zijn overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e40347a487104de7da6188c985669c6a5213e81423db8527e6c9444b73e2bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e40347a487104de7da6188c985669c6a5213e81423db8527e6c9444b73e2bd, en de alinea staat in dat document op bytes 14506 tot 15676.