Citaat | Hoge Raad 24 maart 1995
Alinea 64 Hoge Raad 24 maart 1995
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1680.
Subonderdeel 3.1 strekt ten betoge dat het hier bedoelde voer heeft gestrekt tot het behoud van de kuikens en de hennen omdat zij zonder het voedsel zouden zijn gestorven. Het subonderdeel faalt. Het voorrecht verbonden aan een vordering tot voldoening van kosten tot behoud zoals bedoeld in art. 1185, aanhef en onder 4 (oud), stemt in zoverre overeen met het in art. 3:284 lid 1 BW bedoelde voorrecht dat het begrip ‘kosten tot behoud’ beperkt moet worden opgevat. Zoals ook naar voren komt uit de Beantwoording van de vragen opgenomen in de lijst die de Vaste Commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer met het oog op de tweede termijn van de afhandeling van de uitgebreide commissievergadering over het wetsvoorstel Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW heeft opgesteld, Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1388, vallen onder het begrip kosten tot behoud van een zaak, slechts de kosten die zijn gemaakt om de zaak in fysieke zin voor teniet gaan te behoeden. Daaronder zijn niet begrepen kosten voor onderhoud. Mede omdat, ook al gezien de rang van dit voorrecht, bezwaarlijk valt te aanvaarden dat het van toepassing zou zijn op alle vorderingen tot betaling van de koopprijs uit zulke veel voorkomende overeenkomsten als die tot levering van hetgeen nodig is voor het houden dan wel kweken of fokken van planten en dieren moet, voor wat betreft veevoeder uit voormelde passage worden afgeleid dat - onverschillig of het gaat om voer dat slechts tot voedsel, dan wel om voer dat mede tot opkweken dient - de kosten daarvan in de regel niet kunnen worden aangemerkt als “kosten, tot behoud van een goed gemaakt”. Dat zal slechts anders zijn onder bijzondere omstandigheden welke ertoe hebben geleid dat het voer is moeten worden aangeschaft ter onmiddellijke afwending van levensgevaar voor de betrokken dieren. Dergelijke omstandigheden zijn in dit geding evenwel gesteld noch gebleken. De vordering ter zake van de levering van het voer is daarom niet als vordering tot voldoening van kosten tot behoud bevoorrecht. ’s Hofs door het subonderdeel bestreden oordeel is derhalve juist, wat er zij van de ervoor gegeven motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e40347a487104de7da6188c985669c6a5213e81423db8527e6c9444b73e2bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e40347a487104de7da6188c985669c6a5213e81423db8527e6c9444b73e2bd, en de alinea staat in dat document op bytes 22750 tot 24910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07e40347a487104de7da6188c985669c6a5213e81423db8527e6c9444b73e2bd | shasum -a 256