Citaat | Hoge Raad 9 juni 1995
Alinea 46 Hoge Raad 9 juni 1995
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1749.
3.3 De onderdelen 1 en 3 van het middel richten zich tegen de door het Hof aan de tekst van de bankgarantie gegeven uitleg. Deze onderdelen missen feitelijke grondslag voor zover zij tot uitgangspunt nemen dat het Hof heeft geoordeeld dat het inroepen van de garantie bij deurwaardersexploit moet geschieden. Het Hof heeft immers blijkens het voorgaande geoordeeld dat de betekening van het in kracht van gewijsde gegane vonnis bij deurwaardersexploit moet geschieden en dat die betekening één der voorwaarden is waaraan moet zijn voldaan, wil de garantie als ingeroepen gelden. Door te oordelen dat een zodanige betekening vereist is en dat het enkele toezenden van het vonnis, zoals dat hier is geschied, voor de vervulling van dit vereiste niet voldoende is, heeft het Hof geen rechtsregel geschonden. Evenmin is dit oordeel onbegrijpelijk of behoefde het nadere motivering. Beide onderdelen stuiten hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a86a52d55899da0f0fe7fe1da5f015297a78a106e39de45dbd34f90f7e38db42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a86a52d55899da0f0fe7fe1da5f015297a78a106e39de45dbd34f90f7e38db42, en de alinea staat in dat document op bytes 11499 tot 12427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a86a52d55899da0f0fe7fe1da5f015297a78a106e39de45dbd34f90f7e38db42 | shasum -a 256