Citaat | Hoge Raad 15 september 1995
Alinea 44 Hoge Raad 15 september 1995
Een alinea uit Hoge Raad 15 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1808.
In hoger beroep heeft de vrouw tegen deze overweging grieven gericht waarin wordt betoogd, kort gezegd, dat alle door de man aan de vrouw verstrekte gelden moeten worden gezien als voldoening aan een op de man rustende natuurlijke verbintenis, waarbij de vrouw, voor wat betreft de omstandigheden van het geval, in hoofdzaak heeft verwezen naar hetgeen door haar in eerste aanleg reeds was aangevoerd met betrekking tot de financiële situatie van partijen voor en tijdens hun huwelijk. Voorts heeft de vrouw er de nadruk op gelegd dat de man bij het verstrekken van de betrokken gelden de bedoeling heeft gehad - althans mede de bedoeling, naast die om te voorkomen dat die gelden zouden toevallen aan (de echtgenoten van) zijn dochters uit zijn eerste huwelijk - om de vrouw te belonen voor haar werk in de huishouding (mede ten behoeve van die toen inwonende dochters verricht) en zorg te dragen voor haar oude dag, ook wanneer hij eerder dan zijn vrouw zou overlijden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803, en de alinea staat in dat document op bytes 14820 tot 15805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803 | shasum -a 256