Citaat | Hoge Raad 15 september 1995
Alinea 52 Hoge Raad 15 september 1995
Een alinea uit Hoge Raad 15 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1808.
3.9 Tenslotte treft ook middel V doel. De man heeft wettelijke rente gevorderd vanaf de dagvaarding in eerste aanleg. Het Hof is - terecht - ervan uitgegaan dat de vergoedingsrechten van de man toen opeisbaar waren. Niet is in te zien waarom het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar zou zijn om wettelijke rente te vorderen vanaf een eerder tijdstip dan dat van de ontbinding van het huwelijk tussen partijen, nu het Hof zulks grondt op de enkele omstandigheden dat de door de man aan de vrouw ter beschikking gestelde bedragen "voor een groot deel geïnvesteerd waren in onroerende zaken die als woning voor de partijen, en na het vertrek van de man als woning voor de vrouw, werden gebruikt" en deze investeringen met instemming en medewerking van de man waren gedaan. Dat de vrouw genoodzaakt zou zijn geweest de haar ten tijde van de dagvaarding bewoonde woning te verkopen teneinde toen de gevorderde bedragen, voor zover toegewezen, te voldoen, heeft het Hof niet vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803, en de alinea staat in dat document op bytes 20521 tot 21545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48e8f2e7fc4af9043b8943da3958c40076387837d056ca578170f5d8f5883803 | shasum -a 256