Citaat | Hoge Raad 22 september 1995

Alinea 40 Hoge Raad 22 september 1995

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1813.

Het onderdeel faalt eveneens, voor zover het zich richt tegen 's Hofs oordeel dat de stelling dat "zeer wel denkbaar is" dat de echtgenote van [verweerder] haar toestemming tot het aangaan van de onderhavige borgtocht, indien gevraagd, niet zou hebben geweigerd of kunnen weigeren c.q. de rechter in die zin zou hebben beslist, te speculatief is en onvoldoende om een beroep op strijd met redelijkheid en billijkheid te kunnen onderbouwen. Geen rechtsregel belette het Hof deze stelling aldus ter zijde te stellen. Evenmin behoefde dit oordeel nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/634915696ae8e681b92b0d39cf97caca1106b72ac548de49cf1c9159fc9ee19f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 634915696ae8e681b92b0d39cf97caca1106b72ac548de49cf1c9159fc9ee19f, en de alinea staat in dat document op bytes 11783 tot 12358.