Citaat | Hoge Raad 20 oktober 1995
Alinea 102 Hoge Raad 20 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845.
(a) Moet, indien in een merkenrechtelijke procedure in één der Benelux-landen in verband met de uitleg van de Eenvormige Beneluxwet op de merken een vraag van uitleg van de Eerste Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der Lid-Staten (89/104/EEG) rijst, de hoogste nationale rechter dan wel het Benelux-Gerechtshof worden aangemerkt als de nationale rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, en die derhalve op grond van art. 177, derde lid, van het EG-Verdrag gehouden is zich tot het Hof van Justitie te wenden?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b, en de alinea staat in dat document op bytes 42411 tot 43090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b | shasum -a 256