Citaat | Hoge Raad 20 oktober 1995

Alinea 106 Hoge Raad 20 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845.

(e) Kan van "gegronde redenen" in de zin van art. 7 lid 2 van de Richtlijn worden gesproken, indien door de wijze waarop de wederverkoper reclame maakt voor de waren, "de psychische toestand" van die waren - te weten de allure, het prestigieuze imago en de luxueuze uitstraling van de waren als gevolg van de door de merkhouder onder gebruikmaking van zijn merkrechten gekozen wijze van presentatie en reclame - wordt gewijzigd of verslechterd?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b, en de alinea staat in dat document op bytes 43951 tot 44408.