Citaat | Hoge Raad 20 oktober 1995
Alinea 107 Hoge Raad 20 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845.
(f) Verzet het bepaalde in de art. 30 en 36 EG-Verdrag zich ertegen dat de houder van een (beeld)merk dan wel de gerechtigde tot een auteursrecht dat betrekking heeft op de voor zijn waren gebezigde flessen en verpakkingen, met een beroep op dat merkrecht of dat auteursrecht het voor een wederverkoper aan wie de verdere verhandeling van die waren vrijstaat, onmogelijk maakt reclame voor die waar te maken op een wijze die voor detailhandelaren in de betrokken branche gebruikelijk is? Geldt dit ook indien de wederverkoper door de wijze waarop hij het merk in zijn reclamemateriaal gebruikt, schade toebrengt aan het luxueuze en prestigieuze imago van dat merk, respectievelijk de openbaarmaking en verveelvoudiging plaatsvinden onder zodanige omstandigheden dat aan de rechthebbende op het auteursrecht schade kan worden toegebracht?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b, en de alinea staat in dat document op bytes 44412 tot 45262.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b | shasum -a 256