Citaat | Hoge Raad 20 oktober 1995

Alinea 46 Hoge Raad 20 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845.

De Hoge Raad zal deze verweren, nu zij van zuiver juridische aard zijn, mede in zijn onderzoek betrekken. Omdat, zoals hierna zal blijken, zowel enkele van die verweren als enkele onderdelen van het cassatiemiddel aanleiding geven tot het stellen van vragen aan het Benelux-Gerechtshof en aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, zal de Hoge Raad om redenen van proceseconomie alle hierna onder 5 en 6 te formuleren vragen reeds thans aan deze colleges voorleggen, ofschoon tevoren niet uit te sluiten valt dat uit het antwoord op één van deze vragen zal blijken dat het stellen van één of meer van de overige vragen als zijnde geheel of ten dele overbodig achterwege had kunnen blijven. De Hoge Raad zal het Hof van Justitie tevens de vraag voorleggen of de Hoge Raad dan wel het Benelux-Gerechtshof in deze moet worden aangemerkt als de nationale rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, en die derhalve op grond van art. 177, derde lid, van het EG-Verdrag gehouden is zich tot het Hof van Justitie te wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b, en de alinea staat in dat document op bytes 14621 tot 15736.