Citaat | Hoge Raad 20 oktober 1995

Alinea 73 Hoge Raad 20 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845.

Bij een zodanige afweging kan bij één of meer in de wet opgenomen beperkingen aansluiting worden gezocht. In dit verband is van belang dat de wetgever in een enigermate vergelijkbare situatie - die waarbij de maker van een teken- , schilder-, bouw- of beeldhouwwerk het werk heeft vervreemd en de nieuwe eigenaar het, met het oogmerk het te verkopen, in een catalogus wenst af te beelden - de balans ten gunste van de belangen van de eigenaar heeft laten doorslaan (art. 23 Auteurswet). Zo dient ook hier in beginsel doorslaggevende betekenis te worden toegekend aan het belang van de wederverkoper om op een in de betrokken tak van handel gebruikelijke wijze reclame te kunnen maken voor door hem te koop aangeboden waren, hetgeen ertoe leidt - in beginsel - de hiervoor geformuleerde vraag in ontkennende zin te beantwoorden. In dit verband moet worden bedacht dat de rechthebbende die zijn produkt in een auteursrechtelijk beschermde verpakking op de markt brengt, daarmee zijn recht op openbaarmaking en verveelvoudiging van die verpakking, zoals voor de verhandeling van het produkt vereist, in beginsel uitput; zijn belang zich te verzetten tegen een verdere openbaarmaking en verveelvoudiging in de vorm van afbeeldingen van het verpakte produkt alleen met het oog op de verdere verhandeling daarvan, weegt daarom niet zwaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc06ee4ebe4a1227cf3e8d17a12185de60355bdf500fe914814fbf22610b960b, en de alinea staat in dat document op bytes 28699 tot 30046.