Citaat | Hoge Raad 13 juni 1995

Alinea 41 Hoge Raad 13 juni 1995

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0064.

5.3. Ten aanzien van de verklaring van [medeverdachte 1] geldt dat hij bij de Rechter-Commissaris is gehoord in het bijzijn van de raadsman van de verdachte die hem aldaar heeft kunnen (doen) ondervragen en dat hij blijkens het van dit verhoor opgemaakte proces-verbaal zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring voor wat betreft de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1 bewezenverklaarde heeft gehandhaafd. Onder deze omstandigheden was het Hof niet gehouden het gebruik van die eerdere verklaring bij de bewijsvoering te motiveren. Daaraan kan niet afdoen dat de verdachte de juistheid van die verklaring heeft betwist en dat de verdediging deze getuige niet ter terechtzitting van het Hof heeft kunnen (doen) ondervragen. (Vgl. HR 1 februari 1994, NJ 1994, 427, 6.3.3. ) Ook op dit onderdeel faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cc26b92cb23d5ea11543decbc8675cb153b51dd502a8b2a80dd95be5be45b76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cc26b92cb23d5ea11543decbc8675cb153b51dd502a8b2a80dd95be5be45b76, en de alinea staat in dat document op bytes 15640 tot 16479.