Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1995
Alinea 24 Hoge Raad 17 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0248.
Op 8 september 1992 heb ik met een door mij bestuurde auto [betrokkene 4] en twee mannen genaamd [betrokkene 2] en [betrokkene 3] vervoerd naar Dordrecht. Ik dacht dat zij naar een snackbar wilden om een gokkast open te breken. Ze vroegen aan mij of ik een patatzaak wist en ik antwoordde dat ik een patatzaak kende. Nadat zij tegen mij hadden gezegd dat ik bij een nabijgelegen benzinepomp moest gaan staan, zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 2] nabij een snackbar uitgestapt. Ik reed naar de benzinepomp en ging daar met de auto staan. Toen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] terugkwamen, stapten zij snel achterin de auto en reed ik weg. In de auto hoorde ik dat ze zeiden dat het was mislukt. Ik zag dat [betrokkene 4] een pistool aanpakte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a, en de alinea staat in dat document op bytes 12523 tot 13279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a | shasum -a 256