Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1995

Alinea 62 Hoge Raad 17 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0248.

7.5. In 's Hofs in 7.1 weergegeven verwerping van het namens de verdachte gevoerde verweer ligt diens feitelijke en in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen niet onbegrijpelijke gevolgtrekking besloten dat de verdachte de daders van de poging tot afpersing — ten aanzien van wie het Hof klaarblijkelijk heeft aangenomen dat zij niet behoorden tot de in het tweede lid van art. 189 Sr genoemde categorieën van personen — in zijn auto heeft meegenomen van de plaats van het misdrijf, niet alleen om die daders behulpzaam te zijn als bedoeld in art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, maar tevens om aldus voor zichzelf gevaar van vervolging te ontgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a, en de alinea staat in dat document op bytes 24783 tot 25452.