Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1995
Alinea 68 Hoge Raad 17 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0248.
Die uitbreiding berustte op de overweging dat, waar de daaraan voorafgaande bepaling (het huidige art. 136 Sr) het oog heeft op het voornemen van een ander tot het plegen van de daargenoemde misdrijven de in die bepaling genoemde verplichting anders ‘’niet zou worden opgeheven voor degene die later als medeplichtige in de vervolging zou kunnen worden begrepen’’ (notulen Cie De Wal, bijlage 77e).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a, en de alinea staat in dat document op bytes 27688 tot 28108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a | shasum -a 256