Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1995

Alinea 70 Hoge Raad 17 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0248.

7.7. Gelet op de strekking van art. 189 Sr — zoals deze tevens kan worden afgeleid uit hetgeen hiervoor onder 7.6 is overwogen — moet worden aangenomen dat, nu de verdachte de onder 2 bewezenverklaarde handeling tevens heeft verricht ten einde gevaar van vervolging voor zichzelf te ontgaan, het bepaalde in art. 189, tweede lid, Sr meebrengt dat het eerste lid van die bepaling niet van toepassing is. 's Hofs verwerping van het gevoerde verweer berust in zoverre dus op een onjuiste rechtsopvatting. Aangezien het bewezenverklaarde niet bij enige andere bepaling strafbaar is gesteld, had het Hof de verdachte te dier zake moeten ontslaan van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad zal de zaak in zoverre zelf afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ce0fe685168adffe8b0c3e120bbaa85a46a976509f5b4e63d086da97a84a11a, en de alinea staat in dat document op bytes 28476 tot 29210.