Citaat | Hoge Raad 24 oktober 1995

Alinea 30 Hoge Raad 24 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 24 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0261.

Dit vereiste is — in verband met de daaraan verbonden bezwaren — bij genoemde wet van 26 november 1986, S 593, komen te vervallen. Ingevolge art. 14g, derde lid, Sr is in geval de algemene voorwaarde, dat de verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, niet is nageleefd, tot behandeling van de vordering tot tenuitvoerlegging bevoegd de rechter bij wie de zaak met betrekking tot het nieuwe feit aanhangig wordt gemaakt en kan die vordering slechts bij gelegenheid van een veroordeling ter zake van dat feit worden toegewezen. Ingevolge het bij genoemde wet ingevoegde art. 361a Sv, maakt de beslissing omtrent de gegrondheid van die vordering deel uit van de in de strafzaak gegeven uitspraak. In geval van overtreding van de algemene voorwaarde voorziet de wet dus in een gevoegde behandeling van de vordering tot tenuitvoerlegging en de (nieuwe) strafzaak. Met een en ander is een rationalisering van het straftoemetingsproces beoogd (MvT, Kamerstukken II, 1984–1985, 18764, nrs. 1–3, blz. 16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aac5ca9291d203b5cf928c51d3ac1d97926543e10c91a7c257763777bc45d450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aac5ca9291d203b5cf928c51d3ac1d97926543e10c91a7c257763777bc45d450, en de alinea staat in dat document op bytes 13208 tot 14242.