Citaat | Hoge Raad 24 oktober 1995
Alinea 38 Hoge Raad 24 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 24 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0261.
5.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat tegen de door de Politierechter gegeven beslissing op de vordering als bedoeld in art. 22g Sr geen rechtsmiddel openstond. Het Hof had derhalve de Officier van Justitie niet-ontvankelijk dienen te verklaren in zijn beroep, voor zover dat was gericht tegen de beslissing van de Politierechter tot afwijzing van de vordering als bedoeld in art. 22g Sr. De Hoge Raad zal in zoverre doen wat het Hof had behoren te doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aac5ca9291d203b5cf928c51d3ac1d97926543e10c91a7c257763777bc45d450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aac5ca9291d203b5cf928c51d3ac1d97926543e10c91a7c257763777bc45d450, en de alinea staat in dat document op bytes 18576 tot 19045.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aac5ca9291d203b5cf928c51d3ac1d97926543e10c91a7c257763777bc45d450 | shasum -a 256