Citaat | Hoge Raad 28 november 1995
Alinea 29 Hoge Raad 28 november 1995
Een alinea uit Hoge Raad 28 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0305.
‘’De voorgestelde wetswijzigingen verlangen naar het oordeel van de ondergetekende geen bijzondere overgangsbepalingen. Dat houdt in dat de procedurele bepalingen, met inbegrip van die betreffende het strafrechtelijk financieel onderzoek, toepassing kunnen vinden vanaf het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving. Voor wat betreft de materiële bepalingen geldt het voorschrift van art. 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Dat houdt naar het oordeel van de ondergetekende in, dat met name het verruimde toepassingsbereik van art. 36e Sr, enerzijds in het tweede lid ter zake van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van soortgelijke feiten en anderzijds in het derde lid ter zake van het wederrechtelijk voordeel dat ook op enigerlei wijze is verkregen — niet met terugwerkende kracht toepassing kan krijgen. Ontneming van dergelijk voordeel kan slechts worden gelast voor zover vaststaat dat de ‘’soortgelijke’’ feiten (lid 2) of de andere omstandigheden waaruit op enigerlei wijze wederrechtelijk verkregen voordeel is verkregen (lid 3) zich na het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving hebben voorgedaan’’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7bd21b60782f67de722c7d9afaff997a78ca6ca7a5ae97d16bd028912d9367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7bd21b60782f67de722c7d9afaff997a78ca6ca7a5ae97d16bd028912d9367, en de alinea staat in dat document op bytes 10668 tot 11863.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7bd21b60782f67de722c7d9afaff997a78ca6ca7a5ae97d16bd028912d9367 | shasum -a 256