Citaat | Hoge Raad 28 november 1995

Alinea 33 Hoge Raad 28 november 1995

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0305.

6.6. Blijkens het proces-verbaal van de openbare behandeling van het klaagschrift door de Raadkamer van de Rechtbank is aldaar namens [klager] onder meer aangevoerd dat de procedure ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel onverenigbaar is met het in art. 14, zevende lid, IVBPR en art. 68 Sr neergelegde beginsel. Dit beginsel keert zich echter slechts tegen het andermaal aanvangen van een vervolging nadat een voorafgaande vervolging, die op hetzelfde feit betrekking heeft, tot een einde is gekomen. Daarentegen moet de procedure ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijkens het bepaalde in art. 311, eerste lid, voorlaatste volzin, Sv worden opgevat als een afzonderlijk onderdeel dan wel voortzetting van dezelfde vervolging die kan leiden tot veroordeling tot straf. De omstandigheid dat, naar in de toelichting op het middel wordt betoogd, de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden aangemerkt als 'penalty' in de zin van art. 7, eerste lid, EVRM, kan daaraan niet afdoen. Anders dan in de toelichting op het middel wordt verondersteld staat ook het bepaalde in art. 27, derde lid, Sv en in art. 511b Sv aan de evenbedoelde opvatting niet in de weg. Zoals in de bestreden beschikking als oordeel van de Rechtbank terecht ligt besloten is het aangevoerde dan ook onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7bd21b60782f67de722c7d9afaff997a78ca6ca7a5ae97d16bd028912d9367. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7bd21b60782f67de722c7d9afaff997a78ca6ca7a5ae97d16bd028912d9367, en de alinea staat in dat document op bytes 14392 tot 15738.