Citaat | Hoge Raad 19 december 1995

Alinea 34 Hoge Raad 19 december 1995

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.

5.2. Bij de bespreking van deze middelen moet worden vooropgesteld dat, indien de rechter die over de feiten oordeelt vaststelt dat opsporingsambtenaren in het opsporingsonderzoek of in het onderzoek dat heeft plaatsgevonden in de daaraan voorafgaande fase onrechtmatig hebben gehandeld, hij zal behoren af te wegen of die onrechtmatigheid van dien aard is dat daarop een processuele sanctie past. Bij een bevestigende beantwoording van die vraag zal als sanctie in aanmerking kunnen komen de uitsluiting van bewijsmateriaal dat tengevolge van dat onrechtmatig handelen is verkregen, indien het de verdachte is geweest die door dat handelen is getroffen in een belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 17388 tot 18114.