Citaat | Hoge Raad 19 december 1995

Alinea 41 Hoge Raad 19 december 1995

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.

Het onderdeel kan reeds daarom niet tot cassatie leiden, omdat het uitgaan van een verkeerde lezing van de aangevallen overwegingen en dus feitelijke grondslag mist. Immers, waar het Hof in zijn algemene beschouwingen van oordeel is dat inkijkoperaties niet ‘’uitsluitend’’ hebben plaatsgevonden in de pro-actieve fase bedoelt het, mede gelet op hetgeen het in zijn als Ad 2 aangeduide overweging omtrent die inkijkoperaties heeft overwogen, kennelijk niet dat ‘’ten minste één (inkijk)operatie wèl in de pro-actieve fase plaats heeft gevonden’’ (toelichting middel III onder 4.7), maar dat ten tijde van die inkijkoperaties niet uitsluitend sprake was van een ‘’pro-actief’’ onderzoek gericht op mogelijke overtreding van art. 140 Sr, maar tevens van een onderzoek ter zake van reeds gerezen verdenking van overtreding(en) van de Opiumwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 20355 tot 21236.