Citaat | Hoge Raad 19 december 1995
Alinea 48 Hoge Raad 19 december 1995
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.
6.4.4. De bevoegdheid tot het maken van een inbreuk als in 6.4.2 bedoeld moet voldoende kenbaar en voorzienbaar in de wet zijn omschreven. Behoudens hetgeen hierna in 6.4.5 wordt overwogen, voldoet een algemeen geformuleerde bepaling als art. 2 Politiewet 1993 (art. 28 Politiewet) niet aan die eis. De voortschrijdende ontwikkeling van het fundamentele recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals deze ontwikkeling gestalte heeft gekregen in rechtspraak en doctrine, en de toenemende technische verfijning en intensivering van onderzoeksmethoden en -technieken verlangen een meer precieze legitimatie voor zulke inbreuken dan art. 2 Politiewet 1993 biedt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 26086 tot 26772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7 | shasum -a 256