Citaat | Hoge Raad 19 december 1995

Alinea 63 Hoge Raad 19 december 1995

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.

7.3. De in art. 9, lid 1, aanhef en onder (b), van de Opiumwet aan opsporingsambtenaren verleende bevoegdheid tot het betreden van plaatsen strekt verder dan de hen dienaangaande in het Wetboek van Strafvordering toegekende bevoegdheid. Dat strookt met de bij opeenvolgende wijzigingen van art. 9 Opiumwet door de wetgever tot uitdrukking gebrachte opvatting dat ter opsporing van overtredingen van de Opiumwet ruime bevoegdheden noodzakelijk zijn (Kamerstukken II 1927/1928, 193, nr. 5; Kamerstukken II 1974–1975, 13 407, nr. 3, blz. 22).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 32935 tot 33490.