Citaat | Hoge Raad 19 december 1995

Alinea 85 Hoge Raad 19 december 1995

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.

Dit brengt op zichzelf niet alleen mee dat degeen die op deze wijze telefoongesprekken voert erop bedacht moet zijn dat een door hem met behulp van een mobiele telefoon gevoerd gesprek door derden wordt opgevangen en beluisterd maar ook dat hij — nu het een ieder in beginsel vrijstaat signalen uit de ether op te vangen — dit binnen zekere grenzen zal moeten aanvaarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 42893 tot 43282.