Citaat | Hoge Raad 19 december 1995
Alinea 91 Hoge Raad 19 december 1995
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328.
9.9. In aanmerking genomen de hiervoor onder 9.7 weergegeven omstandigheden moet worden geoordeeld dat de inbreuk die door het in het middel gewraakte optreden van opsporingsambtenaren is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte niet zodanig ernstig is geweest dat dit — ook niet wanneer dit wordt bezien in samenhang met de beoordeling door de Hoge Raad van de overige middelen — tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in zijn tegen de verdachte ingestelde strafvervolging zou kunnen leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7, en de alinea staat in dat document op bytes 47346 tot 47893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43fd8d68eb0655b2130be283c0ddacc7c25f4dc020da86d860c9ec1396f355b7 | shasum -a 256