Citaat | Hoge Raad 8 oktober 1996
Alinea 33 Hoge Raad 8 oktober 1996
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:2.
[slachtoffer] zat nog steeds in zijn stoel. Ik ben vervolgens voor [slachtoffer] gaan staan en heb hem met mijn beide armen onder de oksels gepakt. Ik ben vervolgens met [slachtoffer] in mijn handen gaan staan. Ik liep met hem in de richting van het windscherm. Ik ben hierna gevallen, samen met [slachtoffer] in mijn handen. Wij vielen naast elkaar op de grond. Ik heb met mijn oor op de borst van [slachtoffer] gevoeld. Ik hoorde niets meer; geen hartslag. Ik wist toen dat hij dood was. Het begon reeds te schemeren. Ik ben terug naar de stoel van [slachtoffer] gegaan, omdat ik daar het mes had laten vallen. Ik vond het mes op de grond bij de stoel van [slachtoffer] . Met het mes in de hand ben ik direkt naar het toiletgebouw gegaan, heb het mes aldaar in een wc-pot gegooid en vervolgens mijn handen gewassen. Ik heb [slachtoffer] opzettelijk gestoken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a, en de alinea staat in dat document op bytes 9997 tot 10879.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a | shasum -a 256