Citaat | Hoge Raad 8 oktober 1996
Alinea 64 Hoge Raad 8 oktober 1996
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:2.
Al was het alleen al voor het horen van [betrokkene 7], die essentiële dingen heeft gezegd. Ik verwijs u naar mijn brief aan de R-C d.d. 16 augustus 1994. Mijn verzoek om haar te doen horen is door de Rechter-Commissaris afgewezen. In mijn overtuiging dat [betrokkene 1] belangrijke informatie kan geven ben ik des te meer gesterkt door een door cliënt aan mij gegeven copie uit het dagboek van [betrokkene 1] (toestemming van moeder), waaruit blijkt dat [betrokkene 1] kennelijk [betrokkene 2] als de dader aanmerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a, en de alinea staat in dat document op bytes 17491 tot 18024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a | shasum -a 256