Citaat | Hoge Raad 8 oktober 1996

Alinea 66 Hoge Raad 8 oktober 1996

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:2.

Ten derde: indien er van uit gegaan zou moeten worden dat cliënt wel de dader zou zijn, heeft hij een moord/doodslag enz. gepleegd zonder aanwijsbaar motief of aanleiding. Dat is naar mijn mening aanleiding om een onderzoek naar de geestvermogens te laten plaatsvinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a, en de alinea staat in dat document op bytes 18384 tot 18667.