Citaat | Hoge Raad 8 oktober 1996

Alinea 75 Hoge Raad 8 oktober 1996

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:2.

Immers, in de bij de bewijsmiddelen onder 1 opgenomen verklaring van verdachte, die hij op dezelfde dag op een eerder tijdstip heeft afgelegd, heeft verdachte reeds verklaard dat hij het slachtoffer opzettelijk heeft gestoken. In latere verklaringen aan de politie (zoals die, opgenomen op de doorgenummerde pagina’s van het proces-verbaal 257 e.v., 266 e.v. en 271 e.v.) heeft verdachte het door hem steken van het slachtoffer bevestigd en overeenkomstig beschreven hetgeen hij daarna heeft gedaan. Dit laatste vindt bevestiging in de door de politie aangetroffen situatie, zoals weergegeven in de onder 3 en 4 opgenomen bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ebe0d6d0616395e1a05b041ea71487b0f09fcc38c7ba3e779f8a1850538282a, en de alinea staat in dat document op bytes 20462 tot 21114.