Citaat | Hoge Raad 15 juli 1996
Alinea 29 Hoge Raad 15 juli 1996
Een alinea uit Hoge Raad 15 juli 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1908.
"(blz. 2) (...) 2.2. De betrokken werknemers (...) hadden tijdens hun arbeidsverhouding met A Inc. (hierna: A) in Panama niet tevens een arbeidsovereenkomst met belanghebbende. Zij hebben wel de toezegging van haar gehad dat zij na afloop van hun dienstverband van drie maanden met A opnieuw bij haar in dienst konden treden. Volgens het arbeidscontract met A werkten de werknemers aldaar 84 uur per week en volgde na twee maanden van arbeid een verlof van een maand met doorbetaling van loon. (...) (blz. 3) (...) De aanvullende loonbetalingen van belanghebbende bestonden uit een zogenaamde CAO-compensatie, een vergoeding van de premies voor een particuliere ziektekostenverzekering alsmede een vergoeding van de premies die de werknemers verschuldigd waren over hun loon van A aan de belastingdienst en de bedrijfsvereniging in verband met de volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. (...) De betalingen zijn door belanghebbende verricht op een tijdstip dat de werknemers bij haar in dienst waren. (...) (blz. 4) (...) 4.1. (...) Hoewel de aanvullende loonbetalingen van belanghebbende kunnen worden aangeduid als een secundaire arbeidsvoorwaarde voor het verrichten van arbeid in Panama, vloeiden deze loonbetalingen niet voort uit de dienstbetrekking met A. Deze loonbetalingen maakten geen deel uit van hun arbeidsovereenkomst met A en zijn door belanghebbende ook niet doorbelast aan A. De werknemers genoten de aanvullende loonbetalingen uit hun dienstbetrekking met belanghebbende, die dan ook terzake daarvan inhoudingsplichtig was. (...) 4.2. Het Hof verwerpt de (...) stelling van belanghebbende dat de aanvullende loonbetalingen op de voet van artikel 38, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen fictief onderworpen waren aan een belasting naar het inkomen van een andere Mogendheid. Het is niet aannemelijk dat de werknemers van belanghebbende gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden arbeid hebben verricht in Panama. Het staat weliswaar vast dat de betrokken werknemers met A een dienstverband van drie aaneengesloten maanden zijn aangegaan, maar (...) het komt het Hof aannemelijk voor, dat de betrokken werknemers na twee maanden werken een maand verlof genoten en niet opnieuw een arbeidsovereenkomst met A zijn aangegaan. Onder die (blz. 5) omstandigheden is geen sprake van een gewone arbeidsonderbreking en is derhalve niet voldaan aan de vereisten van voornoemd artikel 38, tweede lid. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b, en de alinea staat in dat document op bytes 14632 tot 17092.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1571b91da15bb19fcafa52467465440e3539e4b5674dd215e07dc5b0c232724b | shasum -a 256